Bereidingswijze

  1. Verwarm de oven voor op 200 °C. Verdeel de bloemkool in kleine roosjes van ca. 2 cm en kook 3 min. Giet af en laat goed uitlekken. Meng 2 el olie met de helft van de Garam Masala en breng op smaak met zout  Meng de bloemkool met de kruidenolie en verdeel over de bakplaat. Rooster ca. 20 min. in het midden van de oven. Schep halverwege om en bestrooi met het amandelschaafsel.
  2. Bestrooi de kipfijdfiletreepjes met de rest van de Garam Masala en wat zout. Meng met 1 el olie. Snijd de knoflook fijn. Verhit een hapjespan met antiaanbaklaag zonder olie of boter en bak de kipreepjes 3 min. op hoog vuur. Draai het vuur terug tot middelhoog en voeg de knoflook toe. Bak nog 2 min. Voeg de tomatenblokjes toe en laat 15 min. op middelhoog vuur koken.
  3. Snijd ondertussen het witte en lichtgroene deel van de bosui in stukken van ca. 8 cm en vervolgens in dunne repen. Klop met een garde de bloem, het ei, 2/3 van de lente-ui en het zout met 400 ml water tot een glad beslag.
  4. Verhit telkens 1 tl olie in een koekenpan en schep er 4 hoopjes beslag in met een doorsnee van 10 cm. Bak de pannenkoekjes in 4 min. Keer om en bak nog 2 min. op middelhoog vuur goudbruin en knapperig. Houd in de gaten dat de bosui niet te veel aanbrandt. Herhaal met de rest van het beslag. Maak in totaal 12 pannenkoekjes.
  5. Verdeel de bloemkool en kip over de borden. Schep op elke bord 1 el crème fraîche over de saus. Serveer met de pannenkoekjes. Garneer met de rest van de bosui.